Achteroverleunen is niet genoeg

Jurylid en inspirator bij de verkiezing van het familiebedrijf van het jaar is Prof. dr. Roberto Flören. Hij bekleedt de leerstoel Familiebedrijven en Bedrijfsoverdracht aan Nyenrode Business Universiteit. Op het moment van dit interview zit hij in Amerika. Hij sprak daar op een congres in Atlanta over het ontstaan van familiebedrijven en werkt aan een rapport over innovatie bij Familiebedrijven.

Prikkelen
“Wat enorm opvalt is dat familiebedrijven angstig zijn voor invloed van buiten. Uit een recent Nyenrode onderzoek blijkt dat 77% van de ondervraagden geen pottekijkers duldt. Ze willen het liefste alles zelf doen: Financiering regelen ze zelf en de accountant mag alleen zijn handtekening zetten. Veel Familiebedrijven zijn een gesloten front en ook erg zuinig”. Daardoor zijn ze wèl de crisis doorgekomen.. “Die is voorbij. Die geslotenheid is ook een valkuil. De ontwikkelingen gaan snel, innovaties en vernieuwingen volgen elkaar in een rap tempo op. Die moet je bijhouden om niet achter te raken. Ik mis bij veel familiebedrijven een Raad van Commissarissen of een Raad van Advies die met hun netwerk en ervaring een schat aan kennis kunnen bijdragen. Die Raad komt drie tot zes keer per jaar bij elkaar. Dat kost veel minder dan dat het oplevert. Het valt nu ook op dat familiebedrijven veel minder snel groeien dan gewone bedrijven. Daar moeten ze echt wat mee.”

In het najaar presenteert Flören zijn rapport over innovatie in familiebedrijven. Nu het steeds beter gaat met de economie ontstaat er bij heel veel bedrijven, dus ook de familiebedrijven, een strijd om goed personeel. Dat kan deels worden opgelost door de steeds verdergaande automatisering, robotisering en digitalisering. Maar om dat bij te houden moeten alle zeilen bijgezet worden. Door hun meer traditionele, solide manier van werken kunnen familiebedrijven achterop komen. In feite zijn familiebedrijven ook ‘gewone’ bedrijven die met anderen moeten concurreren. En dan kan het ‘traditionele’ hen behoorlijk in de weg gaan zitten”.

Verleiden
Het is tegenwoordig ook al lang niet meer vanzelfsprekend dat kinderen hun ouders opvolgen in een familiebedrijf. Zij zijn vaak hoger opgeleid dan hun ouders en ze worden vrijgelaten in hun keuzes. Flören: “Vroeger volgde de oudste zoon zijn vader op. Nu moeten kinderen bijna ‘verleid’ worden met een mooi, uitdagend en innovatief bedrijf waar toekomst in zit. Als je daarin niet hebt geïnvesteerd dan is het nauwelijks aantrekkelijk voor een zoon of dochter om er mee door te gaan”.

Zeeland
Flören werkte tot voor kort nauw samen met Baker Tilly Berk en deed veel onderzoek in Zeeland. “Al in 1545 waren er familiebedrijven, al voordat er een Kamer van Koophandel was. De oudste die ik in Zeeland heb gevonden zijn Timmerbedrijf Roozemond uit Stavenisse en het aannemersbedrijf van de familie Bijkerk uit Burgh.” Professor Flören is jurylid en spreekt op de verkiezingsavond op 2 oktober in de Mythe in Goes.

Tekst: Bert van Leerdam

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *