Toegang tot de havens – Loodsen houden Westerschelde veilig

De ‘horror-rivier’. Zo staat de Westerschelde bekend bij kapiteins van over de hele wereld. Stroming, drukte en sluizen maken dat ze maar wat blij zijn als de registerloods aan boord stapt. “Als er iets misgaat, is Antwerpen al snel onbereikbaar.”

Per jaar gaan er 40 tot 45 duizend schepen over de Westerschelde. Elk schip van 80 meter of langer is verplicht een loods mee te nemen. Schepen van meer dan 300 meter moeten er zelfs twee inhuren. Rob Tielen en Dennis de Boer brengen vandaag het Chinese containerschip Cosco France vanuit het Antwerpse Deurganckdok naar Vlissingen. Daar neemt een collega het over om het schip naar zee te loodsen. “Als je met z’n tweeën werkt, concentreert de één zich op de vaarroute en vangt de ander alle omringende zaken op, zoals communicatie met passerende binnenvaartschepen en de sleepboten”, vertelt Dennis.

De 157 Nederlandse loodsen zijn zelfstandig ondernemers, verenigd in de maatschap Loodswezen Scheldemonden. Ze werken dag en nacht, zeven dagen op en af, op af-roepbasis. “Het zijn allemaal ervaren kapiteins of stuurmannen, die Nederlands spreken, veertien maanden opleiding hebben gevolgd en 250 loods-reizen hebben gemaakt voor hun examen. Ze weten precies waar de boeien liggen, waar de ondieptes en zandbanken, hoe de stromingen zich gedragen en welke invloed de wind heeft.” Volgens afspraken met België doen de Nederlandse loodsen 27,5 procent van de reizen van en naar de Belgische havens aan de Westerschelde. Schepen met een Nederlandse haven als eindbestemming worden altijd door een Nederlandse loods bediend.

Het is een bijzonder beroep, vindt Dennis. “Je staat meestal in je eentje in een andere cultuur met een andere taal, ander eten. Je moet aanvoelen hoe je de kapitein benadert: moet je de boel overnemen of juist diplomatiek te werk gaan. Officieel zijn we adviseurs, maar in de praktijk ben je vaak zelf aan het manoeuvreren. Veel kapiteins zijn dankbaar dat ze even kunnen ontspannen.” Rob heeft het nog sterker meegemaakt. “Ik stapte eens aan boord van een Japans schip. De kapitein gaf me een hand en vertrok naar z’n bed.” Best gek, vond Rob: de kapitein blijft namelijk altijd verantwoordelijk.

“Het grootste probleem op de Schelde is de diepgang” vertelt Rob. “Die is nu maximaal 15 meter. Een groot schip is afhankelijk van het tij en heeft maar een paar uur tijd om de rivier te bevaren.” Met 200.000 ton lading kan een kleine fout grote gevolgen hebben. In het ergste geval zelfs tot een blokkade van de haven. Dat heeft enorme financiële gevolgen. “Men had destijds nooit gedacht dat er ooit schepen van 400 meter lengte op de Westerschelde zouden varen.”, zegt Dennis. “In het Nauw van Bath moet je met dit schip niemand tegenkomen.” De meegebrachte computer en navigatieapparatuur kunnen het niet alleen. “Wat doet de wind, wat doen andere schepen, hoe is het schip beladen? Dat zijn facetten die je niet in een programma kunt stoppen. Zelf kijken, anticiperen en communiceren blijft belangrijk voor een vlotte en veilige doorstroming.”

Tekst: Liesbet Mallekoote
Fotografie: Marijana Pajovic

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *