Uniek onderzoek naar familiebedrijven in Zeeland

Zeeland is de eerste provincie in Nederland waar specifiek onderzoek is gedaan naar familiebedrijven. Professor dr. Roberto Flören van Nyenrode Business Universiteit voerde het onderzoek uit in opdracht van Baker Tilly Berk (kantoor Zeeland), Rabobank Oosterschelde en Rabobank Walcheren/Noord-Beveland.

Flören bekleedt de leerstoel Familiebedrijven en Bedrijfsoverdracht bij Nyenrode en startte in 1992 het onderzoek naar familiebedrijven. Het is het langstlopende structurele onderzoekprogramma van dit Instituut. Vanaf het begin is Flören verantwoordelijk voor dit onderzoekprogramma en de resultaten komen ten goede van zowel het bedrijfsleven als de studenten.

Onderzoeksteam
Naast Flören werkte ook dr. Marta Berent-Braun en Petra Warnar mee aan het onderzoek. Flören: “Marta geeft ook colleges aan Nyenrode en Petra studeerde op dat moment aan de TU in Delft en stuurde ons een e-mail met de vraag of ze mocht stage lopen. Het feit dat Petra op het punt stond het familiebedrijf van haar vader over te nemen en dat ook nog eens in Zeeland was, maakte het voor haar heel interessant om mee te werken.” Met zijn drieën stelden ze de vragen op en een extern bedrijf legde de vragenlijsten aan ondernemers in familiebedrijven voor. Het daar uit voortvloeiende rapport geeft inzicht in de feiten en cijfers van Zeeuwse familiebedrijven. Ook wordt meer duidelijk over de emotionele component bij bedrijfsoverdracht van deze bedrijven.

Hoge participatiegraad
Het onderzoek werd uitgevoerd in het voorjaar van 2011 en er hebben 583 directeuren van Zeeuwse bedrijven deelgenomen aan een screeningsgesprek. De screeningsgesprekken waren nodig om te onderzoeken of de benaderde directeuren daadwerkelijk een familiebedrijf hadden en of zij onlangs een bedrijfsoverdracht hebben meegemaakt of binnenkort een bedrijfsoverdracht voorzien. Het onderzoeksteam was blij verrast toen 77 procent van alle benaderde ondernemers mee bleek te willen doen. Uiteindelijk hebben 230 directeuren de volledige vragenlijst ingevuld. Om mee te mogen doen moesten ze aan twee voorwaarden voldoen:
• Ze zijn directeur van een familiebedrijf;
• Ze hebben de laatste vijf jaar een opvolging in leiding meegemaakt en/of verwachten binnen zeven jaar opgevolgd te worden.

Volgens Nyenrode Business Universiteit wordt een bedrijf als een familiebedrijf beschouwd als het aan minstens twee van de volgende drie criteria voldoet:
• meer dan 50% van de eigendom is in handen van één familie;
• één familie heeft beslissende invloed op de bedrijfsstrategie of op opvolgingsbeslissingen;
• een meerderheid of ten minste twee leden van de ondernemingsleiding zijn afkomstig uit één familie.
Echter indien het bedrijf minder dan tien jaar geleden is opgericht, dient in het bedrijf ten minste ook één familielid van de directeur werkzaam te zijn of eigendom te hebben (Flören, 2002).

Doelgroep
De doelgroep van het onderzoek werd in twee groepen gesplitst: Directeuren van Zeeuwse familiebedrijven met minder dan 10 werknemers, de andere met 10 of meer werknemers. Met de eerste groep werden 81 gesprekken gevoerd en met de tweede 120. De vragenlijsten bestonden uit maximaal 77 vragen. Ook benaderden de onderzoekers een kleine, selecte groep van 29 ondernemers waarvan zij wisten dat deze onlangs een bedrijfsoverdracht hadden meegemaakt. Hierdoor kregen ze nog beter inzicht in de emotionele aspecten die gepaard gaan met de bedrijfsoverdracht. Flören: “Wij vonden het heel belangrijk om de rol die emotie bij bedrijfsoverdracht speelt, bevestigd te krijgen. Hier zou meer aandacht voor moeten zijn bij bedrijven en hun adviseurs. Men moet dit bespreekbaar maken binnen bedrijven en adviseurs zouden hun klanten daar goed bij moeten begeleiden.”

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *