Noord Beveland Ook aan de Zeeuwse kust was het vandaag aangenaam

Bevelanden: Samenwerking stimuleert regionale economie

Samen de economie van de Bevelanden stimuleren, door afspraken te maken, dezelfde regels te hanteren en de regio zo aantrekkelijk mogelijk te maken voor ondernemers. Dat is het doel van de economische agenda die de vijf gemeenten op de Bevelanden vanaf dit najaar gaan uitvoeren.

Wethouder Izak Vogelaar van Reimerswaal is de trekker van de economische agenda. “We werken al goed samen op een aantal gebieden, zoals de sociale dienst en de ICT, en we zien dat dat een aanzienlijke meerwaarde oplevert. Daarom hebben we besloten ook samen een toeristische, economische en strategische agenda op te zetten. Samen sta je nu eenmaal sterker.”

De vijf gemeenten gaan samenwerken op een aantal terreinen: innovatie, het aantrekken van projecten, bedrijven en financiële middelen en bij de invulling van bedrijventerreinen. “Door samen op te trekken, vergroot je de kansen voor de regio en kun je over meer deskundigheid beschikken. En je behoudt je eigen identiteit, want er is ruimte voor eigen accenten.”

Zo heeft Goes een sterke centrumfunctie, met een ruim winkelaanbod, onderwijsinstellingen en een flink bedrijventerrein op een zichtlocatie. Reimerswaal legt rondom Yerseke het accent op schaal- en schelpdieren. Kapelle is van het fruit en het toerisme in Wemeldinge, Borsele heeft zijn zwarte bessen en het toerisme in de Zak. En Noord-Beveland is, naast de vernieuwende aquacultuur, vrijwel volledig op toerisme en recreatie gericht.

Bedrijven aantrekken
Om bedrijven te interesseren voor vestiging op de Bevelanden, presenteren de vijf gemeenten zich al een paar jaar in een gezamenlijke stand op de Contacta. Die gezamenlijkheid kan verder worden uitgewerkt, vindt Vogelaar: “Voor bedrijven van buiten de regio zou het handig zijn om één loket te hebben. Voorlopig houden we het op maandelijks overleg, zodat iedereen weet wat er speelt.”

De Goese wethouder Derk Alssema vult aan: “Door je als regio te profileren naar bedrijven van buiten, laat je onze grote diversiteit zien. En we hebben een aantal gezamenlijke voordelen, zoals een strategische ligging, een centrale positie in Zeeland, transportroutes over de weg en het water en 100.000 inwoners. Dat kunnen we samen uitdragen.”

Toch is het aantrekken van bedrijven van buiten Zeeland niet het eerste doel van de samenwerking, zegt burgemeester Jaap Gelok, die in Borsele de portefeuille economische zaken heeft. “Dat wordt vooral gedaan door Economische Impuls Zeeland. Wij kunnen het nieuwkomers gemakkelijker maken door samen te werken, maar we gaan niet heel actief de boer op. Onze focus ligt op de ondernemers die er al zijn: om die hier te houden en voor hen de drempels te verlagen.”

Innovatie
Dat zegt ook wethouder Evert Damen van Kapelle: “Behoud en versterk wat je al hebt, bijvoorbeeld door mee te denken over innovatie. Fruittelers in onze gemeente moeten innoveren om hun afzet te houden. Door afspraken te maken over bijvoorbeeld hagelnetten om de appels te beschermen, hebben ze hier dezelfde mogelijkheden als in Borsele.”

“Een andere manier om innovatie te stimuleren is om bedrijven binnen de regio te laten samenwerken”, zegt Alssema. “Bijvoorbeeld in de Health Campus Zeeland: een samenwerking van zorginstellingen, bedrijven en onderwijsinstellingen op het gebied van zorg, met als doel kennis uitwisselen en innovatieve oplossingen vinden. Ook het onderwijs profiteert hiervan, doordat opleidingen beter aansluiten op het werkaanbod.”

Wethouder Piet de Putter van Noord-Beveland trekt voor de vijf gemeenten de toeristische agenda. Innovatie en samenwerking ziet hij dan ook vooral door die bril. “Campings, jachthavens, tuinders en andere ondernemers kunnen samen met de VVV optrekken en de witte vlekken in het achterland invullen. Onze vernieuwende aquacultuur kan worden gekoppeld aan het Nationaal Park Oosterschelde, bijvoorbeeld door een excursie naar de vis- of zeewierkwekerij. Bedrijven kunnen elkaar de bal toespelen, door naar elkaar te verwijzen. Als Bevelandse gemeenten kunnen we dat stimuleren door dezelfde regels af te spreken, op dezelfde manier te handhaven en door een innige samenwerking met de bedrijfscontactfunctionarissen.”

Deskundigheid delen
“Om samenwerking en innovatie te stimuleren is het belangrijk dat ondernemers aangeven tegen welke vraagstukken ze aanlopen. Ook moeten bedrijfsleven, overheid en onderwijs van elkaar weten waar ze mee bezig zijn”, zegt Vogelaar. “Een aantal lokale onderzoeksinstituten en onderwijsinstellingen inventariseren wat er al gebeurt, wat goed gaat en wat minder. Daar kun je je mee profileren. Door deskundigheid te delen, word je samen sterker, wat goed is voor de werkgelegenheid en leefbaarheid op de Bevelanden.”

Gelok: “Daarnaast kunnen we met z’n vijven gemakkelijker subsidies loskrijgen voor innovatieve projecten dan ieder voor zich. Uiteindelijk moeten de ondernemers het doen. En zich realiseren: wat goed is voor mij, is goed voor de sector en voor de regio. Dat vergt wel een omslag.”

Bedrijventerreinen
Een belangrijk onderdeel van de economische agenda is de invulling van de bedrijventerreinen. De provincie Zeeland heeft voor elke gemeente bepaald hoeveel ruimte er nog mag worden uitgegeven. Dat geeft sommige nog voldoende speling, terwijl andere al vol zitten. Gelok: “Daar zit wel een spanningsveld tussen afspraken en de praktijk. Iedereen wil zijn lokale ondernemers faciliteren en zijn eigen terreinen vullen. In Heinkenszand hebben we sinds kort een perfecte aansluiting op de A58. Moeten we dan alles hiernaartoe halen? Als je samen optrekt, moet je elkaar ook dingen gunnen. Wat past waar?”

Zo heeft Kapelle bijvoorbeeld een geurbeleid. Damen: “Omdat ons bedrijventerrein dicht tegen een woonwijk aanligt, willen we geen sterk geurende bedrijven daar. Die kunnen we doorverwijzen naar een ander. Heel grootschalige bedrijven passen niet goed bij ons en niet elke gemeente hoeft een eigen meubelboulevard. Omdat wij natuurlijk wel onze bedrijventerreinen willen vullen, hebben we net als Goes erfpacht voor bedrijven ingevoerd. Daar is animo voor.”

Centrumfunctie
Mooie afspraken of niet: Goes heeft, met zijn faciliteiten en centrale ligging, een sterkere aantrekkingskracht dan andere gemeenten – terwijl daar nog ruimte genoeg is. Zo zijn in Reimerswaal net twee uitbreidingen van bedrijventerreinen bouwrijp gemaakt en die moeten niet te lang leeg blijven. Vogelaar: ”Als Reimerswaal nog niet ontwikkeld bedrijventerrein inlevert ten behoeve van een extra uitbreiding in bijvoorbeeld Goes, dan moet die grond vervolgens afgewaardeerd worden naar de agrarische waarde. Dan zouden wij verlies lijden, terwijl de ander de revenuen opstrijkt. Dat is lastig en daar moeten we goed mee omgaan.”

Alssema ziet nog niet direct problemen ontstaan: “Natuurlijk heeft Goes een centrumfunctie en faciliteiten die voor bepaalde bedrijven aantrekkelijk zijn. Maar niet elke ondernemer wil hetzelfde. De één wil een zichtlocatie, de ander wil aan het water. De meeste ondernemers doen hun huiswerk en kiezen zelf hun plek. Op dit moment zijn we de schaarste aan het verdelen. Het komt ons ook niet aanwaaien. We moeten er als regio samen uitkomen en indien nodig het tempo om bedrijfsterreinen te ontwikkelen, wat bijstellen.”

Aquacultuur
De gemeente Noord-Beveland heeft weinig te bieden op het gebied van bedrijventerreinen. De Putter: “Wij hebben alleen ’t Rip en dat zit vrijwel vol. Wat we nog hebben is bestemd voor lokale bedrijven. We hebben wel ruimte voor aquacultuur. Dat is een vernieuwende sector die buiten de afspraken over bedrijventerreinen valt. Daarover hebben we binnen de Bevelanden ook overlegd: Yerseke is vanouds de plek voor schaal- en schelpdieren en in Colijnsplaat komen de pulsvisserij en de viskwekerij. Zo kunnen die bedrijven samen profiteren van faciliteiten als een zoutwaterlijn en andere schaalvoordelen. Die leg je niet voor één bedrijf aan.”

Balans

De economische agenda is op dit moment nog vooral een intentieverklaring om samen op te trekken. De precieze invulling krijgt vorm in de loop van de tijd. Vogelaar: “Het is de uitdaging om een balans te vinden tussen samenwerken en je op je eigen, gelijkwaardige manier te kunnen ontwikkelen.” Desondanks zijn de portefeuillehouders het er wel over eens dat dit de beste manier is om verder te gaan. Damen en De Putter zeggen allebei: “Samen ben je wel een factor van betekenis in het overleg met de provincie.” Gelok: “Doordat ambtenaren veel overleggen, kun je problemen sneller oplossen.” Alssema hoopt vooral dat de samenwerking niet tot té veel overleggen leidt: “We staan allemaal voor dezelfde grote uitdagingen, die met enige vaart moeten worden aangepakt. Ieder moet durven verantwoordelijkheid te nemen en ook af en toe los te laten. Het is tijd voor actie.”

 

Tekst: Liesbet Mallekoote
Fotografie: Marijana Pajovic

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *