Blog: De Schelde op

Deel 4 van 5
Zeeland Business heeft goede contacten met het bedrijfsleven in het havengebied. Ieder jaar brengen wij in samenwerking met Zeeland Seaports een special over de havens Vlissingen en Terneuzen. Hierin  komen interessante ontwikkelingen uit de havens aan bod  en kunnen bedrijven uit het havengebied zichzelf voorstellen aan het bedrijfsleven door geheel Zuid-West Nederland. In de special komen ook de verschillende werkzaamheden aan het bod.

In het verlengde hiervan besteden we de komende weken aandacht aan het loodswezen in de Westerschelde. Deel 1 staat in het teken van hoe je loods wordt. Volgende week (deel 2) volgt de historie van het loodswezen. Daarna (deel 3) een dagje aan boord op de ‘Chopin’, een Duits schip. Deel 4 volgt de vaartocht door de Westerschelde en tot slot (deel 5) het afdalen van het grote en stabiele schip in het – naar verhouding – minuscule loodsbootje.

Frans Zuurveen is de schrijver van het blog over beloodsing op de Westerschelde. Hij schrijft onder andere voor Mikroniek, Dutch Society for Precision Engineering, Caravannen! en voor Het Tweede Huis. Lees hieronder zijn verhaal over de beloodsing.

De Schelde op
Zo’n schip vaart natuurlijk niet zo maar van de kade weg. Weliswaar heeft de kapitein voor het manoeuvreren de beschikking over een boegschroef, waarmee de voorkant redelijk gemakkelijk loskomt van de kade, maar de achterkant moet met een sleepboot worden weggetrokken. Het gaat immers om een enorme massa. Die bedraagt ruim vijftigduizend ton, vijftig miljoen kilo, inclusief de massa van zo’n 3500 containers. Dat alles wordt voortgestuwd door een motor met negen cilinders met ieder een zuiger van 80 cm doorsnee. Samen leveren die een vermogen van 44000 pk. Snel reken ik uit dat die gigantische, echt huizenhoge machine even krachtig is als 650 kleine motortjes zoals er één in mijn Citroën C1 zit. Zouden die het schip moeten aandrijven dan zouden er tweeduizend miniatuurzuigertjes driftig heen en weer gaan.

Heel langzaam komt het schip in het midden van de haven en dan geeft Jan het commando “dead slow”. Jan zegt dat dit schip een probleem heeft omdat het niet echt langzaam kan varen. Die laagste stand “dead slow” van de telegraaf, die het motorvermogen regelt, geeft het schip al een snelheid van 12,5 knopen. Dat is ruim 23 km per uur, want één knoop komt overeen met een zeemijl per uur, en een zeemijl is iets minder dan twee kilometer. Die snelheid is eigenlijk te groot om behoedzaam te kunnen manoeuvreren, zodat in de haven de sleepboot door “tegengas” het schip in bedwang moet houden.

Rustig varen we de haven uit en draaien dan over bakboord via een scherpe bocht de Schelde op. Opmerkelijk is de hiërarchie op de brug. Vooraan voor het raam staat loods Jan. Hij kijkt voortdurend waakzaam naar buiten en geeft de roerganger in het begin precies de hoekstanden van het roer aan. De roerganger herhaalt steeds de aanwijzingen van de loods. Later geeft Jan alleen de koers van het schip en dan mag de roerganger zelf, dankzij zijn zeemanschap, die koers proberen te bereiken of te handhaven. Achter de roerganger staat de eerste of tweede stuurman. Die bedient de telegraaf als Jan het commando “half speed” of “full speed” geeft. Opzij staat de kapitein. Die doet ogenschijnlijk niets, maar houdt aandachtig het spel van de loods met zijn ondergeschikten in de gaten.

Rustig varen we door de vaargeul, die allengs nauwer en bochtiger wordt, met het Nauw van Bath als de moeilijkste passage. Jan let niet alleen op de boeien die de vaargeul markeren, hij let ook op dat wat er aan de kant ligt. Dat is bijvoorbeeld een kleine tanker die brandstof lost in een containerschip aan de wal. “Als we te hard varen, kan de slang tussen schip en tanker losraken met catastrofaal gevolg voor het watermilieu. Als ik zoiets zie, minder ik altijd vaart”.

Leuk is het om mee te maken dat een zusterschip van de Chopin ons tegemoet vaart. Het is een schip van dezelfde rederij en kapitein Troian en zijn vrouw kennen de kapitein van dat andere schip, de Mozart. Eduard en zijn vrouw zwaaien enthousiast en aan de andere kant wordt even enthousiast teruggezwaaid.

Mooi is ook het uitzicht op de kwelders aan weerskanten van de vaargeul. Vaak zijn er zeehonden te zien, nu even niet, en ook zien we de afgebrokkelde fundamenten van de huizen van een verdronken dorp. Valkenisse? Het is duidelijk dat we door en langs een uniek natuurgebied varen, waarvan het de moeite waard is er zuinig mee om te springen. Later passeren we Terneuzen met de zeesluizen richting Gent en nog wat later de Sloehavens met de kerncentrale van Borssele. Vanaf het water heb je beslist een heel bijzondere kijk op de vaste wereld.

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *