De North Sea Port: steeds duurzamer, maar ook administratief eenvoudiger?

Midden vorig jaar werd de fusie tussen de havens van Vlissingen, Terneuzen en Gent vervolledigd. Zo werd de North Sea Port, een grensoverschrijdende haven van 60 km lang, die maar liefst 525 bedrijven combineert, gecreëerd. En het is nu al een succesverhaal. Zo heeft de haven er 2500 banen bijgekregen en werd het omslagdoel van 70 miljoen ton, dat gesteld werd voor 2020, al in 2018 gehaald. In Gent verkozen ze de nieuwe haven onlangs dan ook tot onderneming van het jaar. Onlangs schreven we al over het eerste jaar van de haven. Echter, niet alleen economisch blijkt het de haven voor de wind te gaan, het zet ook sterk in op duurzaamheid door alternatieve vormen van transport én administratieve vereenvoudiging. Beide peilers zijn belangrijk voor de concurrentiepositie van de haven, maar de laatste lijkt wat minder vlot op gang te komen.

Vrachtverkeer van de weg houden

De haven heeft een duidelijke duurzame ambitie. Zo blijkt nu al dat het op verschillende manieren bijdraagt aan het verminderen van het vrachtverkeer en zich expliciet op de kaart zet als een “logistiek knooppunt voor multimodaal vervoer”. Daarbij wil het havenbedrijf de weg efficiënter benutten door een shift naar vervoer via binnenwater, het spoor of pijplijnen. Nu al verloopt 50 procent van het transport vanuit de haven naar het achterland over de binnenwateren. En dat gaat alleen maar stijgen. Door een akkoord uit 2016 met de haven van Rotterdam worden 15.000 containers per jaar vervoerd tussen beide havens. Zo werd er een corridor gecreëerd waarbij bedrijven uit de lijn Rotterdam-Zeeland-Gent gemakkelijk voor binnenvaart kunnen kiezen, in plaats van voor transport over de weg. Ook verlaagt dit de ecologische voetafdruk van dat transport, aangezien een containerschip veel vracht groepeert én veel minder uitstoot. Danser Group, die de verscheping verzorgt, verwacht dan ook een snelle stijging de komende jaren. Want nu is de Rotterdamse haven, via de Gentse haven, beter verbonden met Noord-Frankrijk en Wallonië. Bovendien wil North Sea Port ook dat de binnenvaartschepen zelf minder uitstoten. Dat doet het met walstroom; dat wil zeggen dat de schepen stroom van wal kunnen nemen en hun dieselmotoren kunnen uitzetten, wat weer minder uitstoot betekent, maar ook minder lawaai voor omwonenden. Begin maart kwamen er twee nieuwe walsstroomkasten bij, één in Gent en één in Terneuzen. Tegen het eind van het voorjaar moet de hele haven 23 kasten met 80 aansluitpunten hebben.

Ook over het spoor

De haven ligt bovendien strategisch op twee langere transportcorridors: de Rhine-Apline en de North Sea Mediterranean corridor. Ook hier komt er een nieuwe evolutie, want steeds meer bedrijven gaan mee in de denkwijze van de haven. Sinds maart laat de Deense rederij DFDS meer treinen goederen oppikken in hun grote terminal in Gent. Zo wordt de vracht die acht keer per week vanuit Göteborg aankomt op rechtstreeks transport gezet richting Frankrijk, Italië en Spanje, en zo zelfs verder verscheept tot in Griekenland of Turkije. Ook zo wordt het vrachtvervoer verminderd én blijkt dat de haven een steeds belangrijkere rol speelt. DFDS gaat hun terminal en kantoor in Gent dan ook grondig vernieuwen, automatiseren, uitbreiden en herinrichten, allemaal in het teken van een betere aansluiting op het spoornet.

Een fusiehaven wordt ook een eenvoudigere haven

Ook administratieve vereenvoudiging moet een aantrekkingskracht van de grensoverschrijdende haven worden. Daar loopt het nu nog af en toe mis. Bij het begin van de fusiehaven waren er wat moeilijkheden door de verschillende juridische kaders in Nederland en België. Daarnaast worden er nu soms nog altijd dubbele kosten aan verschillende tarieven aangerekend – wanneer een bedrijf of schip aan beide kanten van de grens gebruik wil maken van de haven, zelfs in het geval van bijvoorbeeld walsstroom. Natuurlijk zijn er nog altijd administratieve uitdagingen voor bedrijven die bilateraal werken, of werknemers in beide landen hebben. Denk maar aan de belastingen die beide landen kunnen heffen. Gelukkig werken bedrijven zelf ook aan oplossingen die het hen zo eenvoudig mogelijk maken. Zo kan een automatische ritsregistratie, waarbij de afgelegde kilometers van voertuigen rechtstreeks aan de belastingdienst doorgegeven worden via een app, interessant zijn –zoals van Verizon Connect. Zo bespaar je vele uren én dus kosten. De haven zelf heeft echter op dit moment nog steeds verschillende tariefreglementen in het Vlaamse en het Zeeuwse deel, met name als het gaat over aanmeren, dienstverlening of haveninfrastructuur. Tegen 2021 wil de North Sea Port overgaan op een eengemaakt tarief voor de volledige haven. Dat wil zeggen dat er ook maar een keer kosten aangerekend kunnen worden en niet eenmaal in Gent en eenmaal in Nederland, zoals nu het geval is. Zodra dat geregeld is, kan de North Sea Port – nu al in de top tien van de Europese zeehavens – zijn concurrentiepositie vast en zeker nog versterken.

Afbeelding: Bepaalde rechten voorbehouden PIXABAY

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *