De ZZP’er: wie durft nog?

artikel-26-foto-1Met de invoering van de Wet DBA is de VAR nu bijna een half jaar afgeschaft. Wat kunnen we inmiddels kwijt over de gevolgen hiervan?

Nog kort vooraf: met de VAR, althans bepaalde vormen ervan, verkregen opdrachtgever en opdrachtnemer duidelijkheid en zekerheid over de opdracht-relatie. Een dienstbetrekking was daarmee uitgesloten. Nu de VAR is afgeschaft, dienen opdrachtgevers te werken met door de Belastingdienst goedgekeurde (model)overeenkomsten. Die overeenkomsten zijn echter zo gemakkelijk nog niet.

De feitelijke situatie is doorslaggevend. De bedoelde relatie tussen opdrachtgever en opdrachtnemer kan nog zo goed omschreven staan op papier, als de praktijk daar niet op aansluit, is de overeenkomst niets waard en kan met terugwerkende kracht de loonheffingen alsnog gevorderd worden, eventueel verhoogd met een boete.

Dit alles brengt veel onzekerheid met zich mee. Bijna driekwart van alle ingediende overeenkomsten zijn door de Belastingdienst afgekeurd. De onzekerheid, de onduidelijkheid, maar ook de risico’s zijn hierdoor alleen maar toegenomen.

Hoewel er tot 1 mei 2017 nog sprake is van een overgangsperiode, merken wij een grote vraag naar waar de overeenkomsten aan moeten voldoen. Een manier om in zo’n situatie het hoofd koel te houden is goed informeren, kritisch te (laten) kijken naar de feitelijke situatie (kunnen/moeten we wat veranderen?) en de overeenkomsten vooraf te laten checken.

Carin Welters, partner Baker Tilly Berk Employment Advisory

c.welters@bakertillyberk.nl

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *