Foodport Vlissingen

 

llZeeland Seaports is in Nederland de sterkste speler op het gebied van op- en overslag van conventioneel fruit. Met name de haven van Vlissingen ontwikkelt zich meer en meer als foodport. “Onze inzet is het realiseren van een shortsea containerterminal.”

Jaarlijks wordt er in de Zeeuwse havens 1 miljoen ton voedsel overgeslagen. Vlissingen richt zich voornamelijk op verse producten en Terneuzen vooral op ingrediënten. Doens Food Ingredients in Sas van Gent bijvoorbeeld is importeur, exporteur en groothandel in biologische grondstoffen voor food en feed en het Amerikaanse agro-industriële bedrijf Cargill produceert onder andere voedings- en landbouwproducten.

Import en export
Wie echt op zoek is naar fruit, vruchtensappen, aardappelen en uien moet in de Bijleveldhaven in Vlissingen zijn. Druiven, sinaasappelen, bananen (voor Chiquita en Lidl) en citroenen worden hier vanuit de hele wereld aangevoerd. Bedrijven als Kloosterboer en ZZC zorgen voor de opslag en het transport van deze producten. Daarbij voegen zij waarde toe met diensten als kwaliteitscontrole, mengen, verpakken of ompakken. En sappenfabrikant AMC zorgt voor vele miljoenen liters vers sap voor bijna alle grote Europese supermarkten. Naast de import van groente en fruit speelt foodport Vlissingen ook een rol als exporthaven. “Zeeland is koploper op het gebied van uienteelt en is goed voor 80% van de totale productie. Meer dan 95% van alle Nederlandse uien worden, via Vlissingen geëxporteerd naar meer dan 120 landen”, legt Commercieel Manager Leo Lagendijk uit: “Met name West-Afrika en Brazilië zijn grote afnemers van onze uien. Rederij CMA-GGM onderhoudt inmiddels ruim een jaar een lijndienst tussen Vlissingen en West-Afrika.”

Kip of ei
Toch is de verhouding export-import nog enigszins scheef. Als het aan Lagendijk ligt, zou met name de exportkant verder moeten toenemen. “Maar Zeeuwse appelen en peren blijven hoofdzakelijk in Europa en dus wegtransport gerelateerd.” De ambitie om verder te groeien als foodport is uitdagend. Lagendijk loopt daarbij aan tegen een schoolvoorbeeld van het ‘kip of ei’- probleem. “Rederijen kiezen niet altijd voor Vlissingen vanwege het beperkte ladingvolume en producenten kiezen niet voor Vlissingen vanwege het beperkte aantal rederijen dat Vlissingen aandoet. Toch is ons aanbod uitstekend. We liggen vlakbij Antwerpen en Rotterdam en hebben uitstekende verbindingen met het achterland, via filevrije wegen, spoor of binnenvaart. Daar komt bij dat we faciliteiten hebben voor stukgoed, reefer containers en RoRo-lading. En wat dacht je van de snelheid? Vergeleken met Vlissingen zijn schepen 6 tot 8 uur langer onderweg om Antwerpen te bereiken. Het is aan de betrokken partijen om uiteindelijk een slimme afweging te maken tussen tijd, brandstof en efficiency. Vlissingen is een uitstekend alternatief van waaruit alle logistieke hubs eenvoudig te bereiken zijn. Om die reden willen we ook werken aan een shortsea terminal gericht op nabij gelegen kustlanden.”

Tekst: Caroline Houmes
Fotografie: Ruden Riemens

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *