Interview Minister Melanie Schultz van Haegen

ro-nl-ienm-6‘Het gaat om krachtige verbindingen’

 

“In Zeeland is veel gaande. De Nieuwe Sluis in Terneuzen, de ontwikkelingen rond de havens, de 108 dijkversterkingen die we op dit moment uitvoeren, de getijdencentrale in de Oosterscheldekering, de plannen met het Grevelingen- en Volkerak-Zoommeer. Zo kan ik nog wel even doorgaan. Zeeland is een belangrijke provincie.” Aan het woord is Melanie Schultz van Haegen, minister van Infrastructuur en Milieu. Juist vanwege deze ontwikkelingen is een vraaggesprek met haar in dit themanummer van Zeeland Business Magazine op zijn plaats.

Stel u bent portefeuillehouder Verkeer in Gedeputeerde Staten van Zeeland, wat zou uw topprioriteit hebben?
“Als bestuurder met Verkeer in mijn portefeuille bekijk ik de zaken altijd in hun onderlinge samenhang. Je verbetert de bereikbaarheid en veiligheid nu eenmaal niet door er één weg, brug, sluis of waterkering uit te pikken. Het gaat om krachtige verbindingen. Niet alleen binnen Zeeland, maar ook vanuit Zeeland naar de rest van Nederland, België en de rest van de wereld. Het doel is een leefbare, bereikbare en veilige provincie.”

Begin dit jaar ondertekende u het verdrag van de Nieuwe Sluis in Terneuzen. Hierin zijn ook de kosten vastgelegd. Die zijn geraamd op 920 miljoen euro. Nederland betaalt hieraan zo’n 175 miljoen euro. De overige kosten zijn voor rekening van Vlaanderen. Op welke manier verdient Nederland en in het bijzonder Zeeland dit terug?
“Natuurlijk kan aan de bouw zelf worden verdiend. Als de sluis er eenmaal ligt, verwachten we een toename van zowel de zeevaart als de binnenvaart. Dit zal een grote economische impuls geven. Veel Zeeuwse bedrijven zullen voordeel hebben van de verbeterde maritieme toegang vanaf de Westerschelde naar het Kanaal en vice versa. Volgens de maatschappelijke kosten/baten-analyse levert de nieuwe sluis meer dan 600 miljoen euro op voor Nederland. Het spreekt vanzelf dat het Zeeuwse bedrijfsleven hiervan volop profiteert.”

Bedienen we hiermee niet vooral Vlaanderen?
“De sluis is voor Gent van levensbelang. Daarom is het logisch dat Vlaanderen het merendeel van de kosten betaalt. Maar ook voor Nederland zijn de baten veel hoger dan de kosten. Daarnaast werken veel Zeeuwen in Vlaanderen. Een impuls in de Kanaalzone is zowel voor Nederland als voor Vlaanderen een goede zaak.”

De ontsluiting van Zeeland is kwetsbaar, via één snelweg A58. Welke prioriteiten ziet u en welke rol is hier voor de nationale en provinciale overheid weggelegd?
“Een goede bereikbaarheid is belangrijk, ook voor Zeeland. Om de kansen voor de Nederlandse economie ten volle te benutten, is het waarborgen van een optimale bereikbaarheid over de weg, water, spoor en buisleidingen voor de Zeeuwse (haven)bedrijvigheid belangrijk. Samen met de regio heb ik in 2013 een gebiedsagenda opgesteld voor de Zuidwestelijke Delta. Daarin hebben we vastgesteld dat na afronding van de lopende projecten, de capaciteit van de netwerken grotendeels op orde is. De regio kent relatief weinig structurele knelpunten en onderscheidt zich internationaal door relatief weinig congestie op de weg. Aan de verbetering van de Zeeuwse infrastructuur heb ik de afgelopen jaren al ruim 525 miljoen euro bijgedragen: zo’n 150 miljoen euro voor de aanleg van de Sluiskiltunnel, 175 miljoen voor de grote zeesluis bij Terneuzen, 85 miljoen voor de verdubbeling van de Sloe- en Tractaatweg en 115 miljoen euro voor de verbetering van de N61. Daar komt in de komende jaren nog meer bij, zoals 18 miljoen euro voor verbetering van de verkeersveiligheid op de N57/N59.”

Verwacht u dat het bedrijfsleven kan profiteren van de Sluiskiltunnel?
“Met name Zeeuws-Vlaamse bedrijven zullen hiervan profiteren. Met de tunnel komt een einde aan lange wachttijden. Het ontwikkelen van het Zeeuwse havengebied, op het kruispunt van achterlandverbindingen via Rijn en Schelde naar een groot deel van Noordwest-Europa, is één van de twee prioritaire opgaven uit de Gebiedsagenda Zeeland. Het Sloegebied en de Kanaalzone bevatten een unieke combinatie van de topsectoren agro & food, chemie, logistiek, energie en water. De aanleg van de Sluiskiltunnel draagt eraan bij dat de goede potenties van de Kanaalzone maximaal tot wasdom kunnen komen.”

De Westerscheldetunnel is nog steeds niet tolvrij. Wat vindt u hiervan?
“Een tunnel die 24 uur per dag open is, ongeacht de weersomstandigheden, is een grote verbetering ten opzichte van de veerdiensten. Deze gegarandeerde bereikbaarheid tussen Zeeuws-Vlaanderen en de rest van Zeeland is een belangrijke overweging geweest om de Westerscheldetunnel aan te leggen. Het Rijk heeft daarin veel geld gestoken, maar om de financiering helemaal rond te krijgen, was het noodzakelijk tol in te stellen. Afgesproken is dat de tolheffing eindigt zodra de investeringen zijn terugverdiend. De provincie Zeeland is inmiddels eigenaar van de tunnel en bepaalt dus wanneer de tolheffing wordt stopgezet.”

Tot slot, wat adviseert u zakelijk Zeeland?
“De Zeeuwse delta ligt centraal in Noordwest-Europa. De delta bevat essentiële knooppunten in het Trans-Europese scheepvaartnetwerk. Steeds meer is deze regio gebaat bij onderlinge samenwerking tussen havens en bedrijven, alsook bij vlotte en betrouwbare verbindingen en multimodale aansluitingen. De uitdaging is om met al deze partijen tezamen het economisch belang van vaarweg-beheer op waarde te schatten, en passende maatregelen te nemen. Daarnaast is het op de Westerschelde zaak om samen met Vlaamse en Nederlandse partners de balans te blijven vinden tussen toegankelijkheid, veiligheid en natuurlijkheid.”

 

Tekst: Caroline Houmes
Fotografie: Rijksoverheid

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *