Kansen voor de diversiteit van Zeeland

RRF_ZB_jo-annesdebat
Jo-Annes de Bat

Tekst: Marjolijn Bergmann | Fotografie: Ruden Riemens

In 2016 investeert Provincie Zeeland 14 miljoen euro in de Zeeuwse economie. Een daling ten opzichte van het afgelopen jaar en ook een schijntje vergeleken met Brabant. Daar is 475 miljoen beschikbaar. Raakt Zeeland zo niet achterop? We vroegen het aan gedeputeerde Jo-Annes de Bat.

“Je moet je niet blindstaren op het bedrag, maar ook kijken naar de verhouding: Brabant heeft ruim zeven keer zoveel inwoners. Bovendien gaat het nooit alleen om financiën. Partijen bij elkaar brengen kan net zo waardevol zijn als een zak met geld. En vergeet niet de investeringen die we hebben gedaan in de infrastructuur. Alleen al met de Sloeweg en de Tractaatweg is meer dan honderd miljoen gemoeid. En dan heb ik het nog niet over de investeringen waar onze havens profijt van hebben of onze pilot voor draadloos breedband in de buitengebieden.”

Kracht

“Als het gaat om het opbouwen van een netwerk, zoals we nu met de Campus Zeeland doen, is dat moeilijk te kapitaliseren. Maar zo ontstaat een goeie samenwerking tussen de drie o’s: ondernemers, onderwijs en overheid. Kijk naar een bedrijf als Yara: dat zit te springen om goed opgeleide mensen. Daar moeten we als overheid op inspelen, bijvoorbeeld door een tweede University College in Middelburg te realiseren, gericht op techniek.”

“We hebben bij het vaststellen van onze doelen een aantal speerpunten benoemd. Maar we geloven vooral in de diversiteit van Zeeland. We focussen ons niet op één sector; zetten in op de kracht van onze provincie: onze havens met de chemie en maakindustrie; de kwaliteit van onze toeristische sector; landbouw en visserij en zoals gezegd Campus Zeeland. Bovendien hebben al die speerpunten hun eigen spin-offs. Bij toerisme kun je ook denken aan de gezondheidseconomie of de Zilte Zaligheden en bij onderwijs aan initiatieven als DOK 41 en de Kenniswerf.”

Kansen

“Investeringen doe je vaak samen met meerdere partijen, zoals het Rijk of geld uit Europese subsidiefondsen. Zeker als het gaat om programma’s die gericht zijn op kennisontwikkeling en innovatie. Voorbeelden daarvan zijn de getijdencentrale op de Brouwersdam (energie uit water) en de Zeeuwse Huiskamer (nieuwe technieken voor zorg op afstand). Maar ook in natuurontwikkeling op Schouwen-Duiveland (beter beleven van de natuur).

“Wat de economie betreft, moet je zorgen dat je het vestigingsklimaat en de infrastructuur op orde hebt. Dat doen we samen met Impuls Zeeland en de onlangs gelanceerde Commissie Balkenende. Deze commissie gaat drie dingen stimuleren: een sterkere lobby in Den Haag, waarbij aandacht is voor de uitdagingen van een groot gebied met relatief weinig inwoners; daarnaast willen we meer profiteren van Rijksstructuurregelingen en als laatste hopen we aantal knelpunten op te lossen die belangrijk zijn voor het vestigingsklimaat en de groei van de economie. Tel daar de 14 miljoen voor de economische speerpunten bij op en je realiseert een enorme impuls voor de Zeeuwse economie.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *