Samen moeten we er uitkomen

Toen de Raad van State vorig jaar een streep haalde door het PAS (Programma Aanpak Stikstof), kwam er een stop op nieuwe activiteiten. Boeren en bouwers kwamen daartegen in opstand. De stikstofcrisis was geboren. Welke mijlpalen zijn er sindsdien bereikt? In hoeverre is het ook in Zeeland crisis en wat betekent dit voor onze economie?

“Eén van de voornaamste mijlpalen is de herziening van de beleidsregels op 10 december”, begint gedeputeerde Anita Pijpelink. “In samenspraak met de agrarische en andere sectoren zijn er belangrijke nieuwe afspraken gemaakt en kunnen er weer vergunningen worden afgegeven. En een tweede mijlpaal is de gebiedsgerichte aanpak.”

Dat laatste wil zeggen dat provincies tot bepaalde hoogte eigen keuzes kunnen maken. “Specifiek voor Zeeland is dat we relatief weinig veeteelt en infrabouw hebben. Waar Nederland stikstof vooral exporteert naar het buitenland, kent Zeeland juist import. Deze komt van onze zuiderburen. Daarom werken we nauw samen met Vlaamse provincies en grote bedrijven om dit probleem aan te pakken. Gelukkig zien we dat ook daar het besef er is, dat er iets moet gebeuren.”

Niet alles kan
De provincie is nu met tal van sectoren in overleg om tot een goede gebiedsgerichte aanpak te komen. Geldt hier ook, zoals het landelijke rapport van Remkes eerder al kopte: Niet alles kan? “Ja, dat vind ik een nog steeds een goede samenvatting. Ik ben heel optimistisch. We gaan er uit komen. Maar dat kan alleen als iedereen zijn steentje bijdraagt. Niet alleen boeren, bouwers en chemiebedrijven, maar alle bedrijven én consumenten. Als we allemaal kijken ‘Wat kan mijn aandeel zijn?’, dan lukt het.”

Dan de volgende prangende vraag: wanneer? “Die vraag is heel lastig te beantwoorden. Als we alleen naar stikstof en de natuur moesten kijken, dan wist ik vandaag al wat ik moest doen. Maar je wilt de economie ook op gang houden. Daar is meer voor nodig. Innovaties bijvoorbeeld, die de stikstofuitstoot van stallen en fabrieken verminderen. Bovendien zijn er landelijk nog een aantal belangrijke besluiten te nemen, waar we op wachten. Een heet hangijzer voor de boeren is bijvoorbeeld de uitspraak over het al dan niet vergunnen van beweiden en bemesten.”

Wat doet deze onzekerheid met onze economie? Daarover sprak Durk-Jan Lagendijk, provinciaal coördinator stikstof, afgelopen najaar al met diverse branches en werkgeversorganisaties. “Er zijn geen signalen van grote economische belemmeringen. De verwachting is dat die er ook niet ineens komen. Zeker nu er sinds december al wat meer duidelijkheid is gekomen. Zo kunnen bouwprojecten in 99% van de gevallen inmiddels gewoon doorgang vinden. Maar dat neemt niet weg dat er in diverse branches nog steeds onzekerheid heerst over de toekomst. Uitbreidingswensen in de industrie en het MKB kunnen daardoor tijdelijk stroppen, waardoor de groei in deze sectoren kan stagneren.”

Duidelijkheid
Alle zeilen bij dus, voor snelle besluiten? “Ja”, beaamt Anita Pijpelink. “We vinden het ontzettend belangrijk om snel duidelijkheid te creëren. En niet alleen om economische redenen. Het gaat hier om onze natuur. Die moeten we niet zien als een luxe, maar een noodzaak. Iedereen vaart wel bij een goede biodiversiteit. Landbouwers, producenten, handel, consumenten. We zijn allemaal onderdeel van het ecosysteem.”

Hoe staan de 16 Zeeuwse Natura 2000-gebieden er eigenlijk voor? “Dat verschilt. Voor wat betreft stikstof gaat het met de natuur rondom de Westerschelde goed, omdat dit gebied dankzij eb en vloed goed bestand is tegen stikstofopname. Dat geldt niet voor stuifduingebieden zoals de Kop van Schouwen en het Zwingebied. Daar zijn terechte zorgen over. Daarom is het zo belangrijk dat we allemaal, overheden, bedrijven en consumenten, werken aan de verlaging van stikstof. Niet alleen voor onszelf, maar ook voor toekomstige generaties.”

Redactie: Kim de Booij
Fotografie: Mechteld Jansen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *