Traditionele waarden nog steeds bovenaan

Nieuwe generatie laat veel bij het oude

Bij veel familiebedrijven maakt de oude generatie de komende jaren plaats voor de nieuwe. Wat betekent dat voor de richting van de onderneming? Het Economisch Bureau van de ING hield, samen met MKB Nederland, FBNed en Ernst&Young, een enquête onder 1800 familiebedrijven. Daaruit blijkt dat de nieuwe generatie veelal op dezelfde voet verder gaat, maar ook mogelijkheden tot verbetering ziet.

Er zijn ongeveer 260.000 familiebedrijven in Nederland, die samen 53 procent van het Bruto Binnenlands Product en 49 procent van de werkgelegenheid voor hun rekening nemen. Familiebedrijven kunnen worden gezien als de ruggengraat van Nederlandse economie. Ze onderscheiden zich van beursgenoteerde bedrijven  door een sterke focus op de lange termijn en door hun eigendomsstructuur. Het rendement op investeringen ligt bij familiebedrijven lager dan bij beursgenoteerde bedrijven, maar is wel meer solide.

Bij aantreden van de nieuwe generatie vindt meestal een strategiewijziging plaats, vaak tegelijk met een professionaliserings- of moderniseringsslag. Veel ondernemers zijn van plan nieuwe producten en diensten aan te bieden, nieuwe markten te betreden, de capaciteit uit te breiden en de kwaliteit van het management te verbeteren. “Dit is een goed moment om eens met de bank te gaan praten”, zegt rayondirecteur Chris Cornet van de ING. “Wij hebben deskundigen in huis die objectief kunnen meedenken over zaken als de financiering van nieuwe productielijnen, internationalisering en de financiële planning rondom een bedrijfsoverdracht.”

Op financieel gebied zijn familiebedrijven nog steeds conservatief ingesteld. Een groot deel van de winst wordt in het bedrijf geïnvesteerd. Daarin verschilt de nieuwe generatie weinig van de oude. Slechts één op de acht ondernemers keert een deel van de winst uit als dividend. In veel gevallen wordt de winst gebruikt voor overnames, vervangingsinvesteringen en investeringen in nieuwe technologie. Innovatie wordt gezien als de manier om zich te onderscheiden van concurrenten.

Uit het rapport komt naar voren dat familiebedrijven het liefst alles uit eigen middelen financieren. Alleen als het echt niet anders kan, wordt bij de bank aangeklopt. Bij veel familiebedrijven heerst de overtuiging dat vrijheid en onafhankelijkheid van het grootste belang zijn. Daarmee lijken familiebedrijven de bank liever buiten de deur te houden, maar dat is niet nodig, vindt Cornet. “Bijvoorbeeld bij het inrichten van het betalingsverkeer, werkkapitaalbeheer of debiteurenbeheer kan een bank ook voor familiebedrijven goed van pas komen.”

Ten opzichte van vorige generaties is er onder de nieuwe generatie meer verzakelijking binnen het bedrijf. De loyaliteit richting leveranciers en personeel neemt af. Mogelijk heeft dat te maken met de crisis, waardoor rendementen onder druk staan. Behalve door innovatie en nieuwe markten aanboren, wordt de crisis het hoofd geboden door het ontslaan van personeel en het contracteren van goedkopere leveranciers.

Desondanks is er nog ruimte voor verduurzaming: 87 procent heeft de afgelopen drie jaar de onderneming duurzamer gemaakt, door maatregelen op het gebied van grondstoffen, introductie van groene technologie en reductie van de global footprint.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *