Vechten tegen “De Krimp”

ZBM-0179ZBM-0179. jpgZeeuws-Vlaanderen is een krimpregio: een negatieve term waar bestuurders weinig mee kunnen. De toekenning van de Badstatus aan Cadzand, grote infrastructurele projecten en goede contacten met de zuiderburen geven de drie wethouders van Economische Zaken voldoende reden om de moed erin te houden. “Ten opzichte van Oost-Groningen hebben wij veel te bieden.”

In Sluis kenmerkt wethouder Chris van de Vijver haar gemeente als ‘heel dynamisch, met veel ruimte voor ondernemers’. Die zitten vooral in detailhandel en toerisme. “In Sluis staat geen winkelpand leeg. Langs de kust vinden allerlei ontwikkelingen plaats, zoals de bouw van vakantieparken in Cadzand en Nieuwvliet, Waterdunen en de verbetering van het havengebied in Breskens.”

“De Badstatus, onlangs toegekend aan Cadzand-Bad biedt mogelijkheden op het gebied van seizoens-verlenging en trekt met name Duitse toeristen met belangstelling voor wellness. Als gemeente stimuleren we ondernemers om samenwerking te zoeken en nieuwe mogelijkheden te ontdekken.”

De bedrijventerreinen in Sluis zijn bescheiden, maar de gemeente doet veel om het ondernemers aangenaam te maken. Vlakbij de grens met België ligt bedrijventerrein De Vlasschaard. “Dat is nu vol, maar we denken aan uitbreiding. Ook kunnen we misschien wat bedrijven verschuiven naar andere terreinen, zodat ondernemers de kans krijgen zich te vestigen waar ze willen.”

“Ondanks dat we toch een uithoekje van Nederland zijn”, aldus Van de Vijver, “blijven we inspelen op de wensen van bedrijven in de regio of net over de grens. Zo werken we met het ministerie van Economische Zaken aan een pilot om het regelen van vergunningen zo praktisch mogelijk te maken, via het digitaal loket.”

Voor ouderen is Sluis een prettige leefomgeving. Daarnaast wordt over de grens wonen en werken steeds gemakkelijker. Als we België en Zeeuws-Vlaanderen als één regio zien, biedt dat een enorm potentieel. Het perspectief is niet alleen somber. Ten opzichte van andere krimpregio’s hebben wij veel te bieden.”

Terneuzen
Voor haven-gerelateerde industrie zit je goed in Terneuzen. Gevraagd naar een kenmerkende omschrijving, zegt wethouder Jack Begijn dat sommige ondernemers in zijn gemeente de neiging hebben meer in concurrentie dan in kansen te denken. “Misschien is het uit lijfsbehoud, maar ik merk dat er bedrijven zijn die snel bezwaar maken tegen nieuwe vestigingen of activiteiten, terwijl je elkaar ook kunt versterken.”

Begijn is blij met de grote infrastructurele ontwikkelingen die binnenkort zijn afgerond of gaan beginnen. “De Sluiskiltunnel is enorm belangrijk voor ons, net als de vernieuwing van de N61 en vanaf 2017 de aanleg van de nieuwe sluis en verbreding van de Tractaatweg (N62). Dan moeten we alleen nog een rechtstreekse treinverbinding maken van de Axelse Vlakte naar Zelzate: heel belangrijk om het gebied goed te ontwikkelen.”

Onlangs mocht Terneuzen het Belgische Plantacote verwelkomen op de Axelse Vlakte, een bedrijf dat plantenvoeding produceert. “Die hebben we goed ontvangen, want zo’n bedrijf is een ambassadeur naar andere Belgische bedrijven. Ook blij zijn we met Vroon uit Breskens, dat een nieuw gebouw in Terneuzen heeft neergezet. En net zo belangrijk is dat gevestigde bedrijven weer investeren, zoals de nieuwe kunstmestfabriek van Yara en het Business Process Service Centre van Dow. Dat garandeert werkgelegenheid.”

De krimp is in Terneuzen vooral een probleem voor de industrie, zegt Begijn. “Het wordt lastig technisch personeel te vinden. Samen met ondernemers en onderwijs willen wij zorgen voor extra aanwas, onder meer door het oprichten van een centrum voor toptechniek, waar techniek-leerlingen lessen volgen met hightech apparatuur. De gemeentes dragen daar 750.000 euro aan bij, waarvan Terneuzen de helft. Het plan ligt er, het bedrijfsleven wil erin investeren, alleen de scholen moeten het nog eens worden. Het moet aantrekkelijker worden te kiezen voor techniek.”

Hulst
In Hulst wordt vooral geld verdiend in recreatie, toerisme en detailhandel, maar ook de bedrijventerreinen zijn goed gevuld, zegt wethouder Jean-Paul Hageman. “Er liggen goede verbindingen met België en Noord-Frankrijk en voor Belgische bedrijven is het fiscaal aantrekkelijk om hier te zitten.” Op het gebied van wonen en toerisme is Hageman erg blij met de ontwikkelingen in Perkpolder, waar 450 woningen en een hotel verrijzen, naast een golfbaan, jachthaven en natuurgebied. “Daarnaast beschikken we over een mooie binnenstad, die jaarlijks 2,5 tot 3 miljoen kooptoeristen trekt.”

Kansen voor zijn gemeente ziet Hageman vooral in België: zowel voor bedrijventerrein Hogeweg als in de detailhandel. “Hulst is niet voor niets de meest Vlaamse stad van Nederland.” Volgens Hageman vinden Belgische bedrijven Zeeuws-Vlaanderen aantrekkelijk vanwege het arbeidsethos. “De Zeeuw-Vlaming werkt hard en is trouw.”

Het woord ‘krimpregio’ wil Hageman niet meer horen. “Dat roept verkeerde associaties op. Wij hebben een goede arbeidsmentaliteit, de bedrijventerreinen zien er verzorgd uit en zijn niet duur, bouwgrond is goedkoop en we hebben een bloeiend verenigingsleven.” De vergrijzing probeert Hulst tegen te gaan door studenten te verleiden weer terug te komen. “Bijvoorbeeld met een baan- en woongarantie. Veel studenten willen best terug, maar dan moet er wel werk zijn. Dit is een Zeeuws-Vlaamse uitdaging, die we samen moeten oppakken.”

Dat moet geen probleem zijn, want de samenwerking tussen de drie gemeenten loopt prima, vindt Hageman. “Als ik een bedrijf kan binnenhalen, zal ik dat vandaag nog doen. Maar het moet wel binnen de gemeente passen, bij de infrastructuur en de bedrijven die er al zijn. Als Zeeuws-Vlaanderen kunnen we onszelf nog beter presenteren, het gebied is nog relatief onbekend. Bedrijven die zich hier willen vestigen moeten we volledig ontzorgen. Out of the box-denken, flexibel zijn. Werkgelegenheid is tenslotte het allerbelangrijkst.”

Tekst: Liesbet Mallekoote
Fotografie: Jan de Carpentier

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *