Column: Wie heeft er nog een Pensioen-BV?

Veel directeur grootaandeelhouders (DGA’s) die hun pensioen bij de eigen BV opbouwen, doen dit in hun holding, of apart opgerichte Pensioen-BV in de situatie dat zij een dienstbetrekking hebben bij de werkmaatschappij (in geval van een Pensioen-BV kan dit ook de holding zijn), is er sprake van zogenaamd extern eigen beheer. De uitvoering van de pensioenregeling ligt bij de holding, of Pensioen-BV, terwijl de dienstbetrekking elders uitgeoefend wordt. De ‘werkgever-BV’ is voor de overeengekomen pensioenregeling een commerciële premie verschuldigd.

Omdat veel DGA’s nog een eindloon- of middelloonregeling hebben met zogenaamde ‘open indexering’ is als gevolg van een besluit van de staatsecretaris van 3 juni 2008 en een arrest van de Hoge raad van 24 december 2010 de verschuldigde pensioenpremie niet meer geheel aftrekbaar in het jaar dat deze premie betaald wordt, maar leidt pas tot een aftrekbare last vanaf het moment dat het pensioen ingaat. omdat de premie ontvangende BV op haar balans bij de bepaling van de pensioenvoorziening geen rekening mag houden met het kostenaspect en leeftijdsterugstellingen (waarmee bij het bepalen van de premie wél rekening wordt gehouden), ontvangt zij meer premie dan de voorziening toeneemt en behaalt aldus fiscaal een winst. Aldus wordt aan de ene kant de aftrek van de pensioenpremie beperkt terwijl aan de andere kant een extra winst belast wordt. Dit maakt het opbouwen van pensioen in extern eigen beheer erg kostbaar. omdat een op deze wijze vormgegeven regeling ook nog eens erg bewerkelijk is levert de jaarlijkse uitvoering ook nog eens extra kosten op.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *